
Recente berichten
- Update verlaging overdrachtsbelasting: gewijzigde NHG normen
- Vragen en antwoorden over tijdelijke verlaging overdrachtsbelasting
- Verlaging overdrachtsbelasting remt nieuwbouw
- Vroege meting: verlaging overdrachtsbelasting heeft effect
- Overdrachtsbelasting omlaag: wie profiteert? Koper of verkoper?
Recente reacties
- huis.anotaris.nl: Afschaffen overdrachtsbelasting haalt woningmarkt uit het slop.. Smashing
- Appartementsrecht: Toen ik begon te lezen dacht ik dat het zou gaan over belastingen en uitspraken van de hoge raad...
- Overdrachtsbelasting: Toegegeven er moest even een rekenmachine aan te pas komen om deze stelling na te rekenen. Maar...
- Andris Ioana: In bovenstaand bericht wordt vermeld dat het het lage BTW Tarief NIET geldt voor het leggen en...
- Vijay Natoewal: U zou bezwaar kunnen maken, kijk op http://bit.ly/bOuBt9. Mocht u er niet uitkomen, bel dan gerust!...
Archief voor april, 2010
Volgens Hof was regeling in depotakte over bouwvergunning niet duidelijk
De vrouw heeft eind december 2006 voor ruim € 750.000 een woning met bijgebouwen verkocht aan koper. De bijgebouwen waren indertijd opgericht zonder bouwvergunning en in strijd met het bestemmingsplan. In verband hiermee heeft de vrouw alsnog een bouwvergunning aangevraagd inclusief het noodzakelijke verzoek tot vrijstelling van het bestemmingsplan. De levering heeft op 29 januari 2007 plaatsgevonden.
Omdat de bouwvergunning toen nog niet was verleend, heeft de notaris € 150.000 in depot gehouden. Volgens de depotakte komt het depot aan koper toe als niet uiterlijk 1 april 2007 een onherroepelijke bouwvergunning is verleend. Op 19 maart 2007 is de gevraagde bouwvergunning verleend. Na het verstrijken van de bezwaartermijn van 6 weken is de vergunning op 5 mei 2007 onherroepelijk geworden. Thans is voor het Hof in geschil aan wie het in depot gehouden geld moet worden uitgekeerd. Volgens de koper is de depotakte duidelijk en komt het depot aan hem toe omdat de vergunning op 1 april 2007 nog niet onherroepelijk was. De vrouw stelt dat de visie van de koper niet de bedoeling van partijen is geweest. Weliswaar wist de vrouw dat de vrijstellingsprocedure van artikel 19 WRO eerst op 2 februari 2007 zou beginnen, maar op basis van informatie van de gemeente zou de bouwvergunning dan medio maart 2007 worden afgegeven.
De vrouw wist niet dat dan nog 6 weken moest worden gewacht alvorens de vergunning onherroepelijk zou worden. Het Hof leidt uit de stellingen van partijen af dat de ratio van hun afspraak over het depot gelegen was in de mogelijkheid dat de gemeente de bouwvergunning niet zou verlenen en de bijgebouwen zouden moeten worden gesloopt. Het Hof leidt hieruit tevens af dat als de bijgebouwen wel behouden zouden worden, de korting van € 150.000 op de koopprijs niet in de rede lag. Het depotbedrag was aldus bedoeld ter compensatie van het verlies van de bijgebouwen. Daarbij gingen partijen aanvankelijk ervan uit dat de vergunning uiterlijk 1 april 2007 verleend moest zijn, wilde het depot aan de vrouw toevallen. Toen de koopakte werd getekend is op verzoek van koper daaraan toegevoegd dat het om een onherroepelijke vergunning moest gaan. De vrouw stelt dat hij zich niet heeft gerealiseerd wat de gevolgen van die toevoeging zouden zijn als de vergunning wel vóór 1 april 2007 is verleend maar pas na die datum onherroepelijk wordt. Het Hof gaat uit van de juistheid van de stelling van de vrouw dat hij niet wist dat na 2 februari 2007 nog minimaal 12 weken zou moeten worden gewacht alvorens van een onherroepelijke bouwvergunning sprake kon zijn.
Redengevend daarvoor is allereerst dat de vrouw zich niet zou hebben verplicht tot zo’n grote korting op de koopprijs (circa 20%) als direct al duidelijk was dat die voorwaarde zou worden vervuld. Uit de stellingen van de vrouw en de ratio van de regeling blijkt dat de vrouw steeds ervan uitging dat de bouwvergunning vóór 1 april 2007 zou worden afgegeven en dat deze datum ook voor de gemeente haalbaar leek. Door de koper is niet gesteld dat hij ervan uit mocht gaan dat de vrouw wist dat na de verlening van de vergunning in ieder geval nog met een bewaartermijn van 6 weken moest worden gerekend alvorens van onherroepelijkheid sprake zou kunnen zijn. Gelet op het voorgaande is het Hof van oordeel dat partijen de onderhavige situatie, waarin de vergunning vóór 1 april 2007 is verleend maar pas daarna onherroepelijk wordt, niet voor ogen hebben gehad en dus niet hebben geregeld. Met toepassing van artikel 6:248 BW oordeelt het Hof dat het depot aan de vrouw toekomt. Hof Arnhem 10 november 2009, nr 200.001.306 (LJN BL1045)
ook handelend onder de naam ANOTARIS in licentie.
Kvk.nr: 272 644 85. Statutaire zetel te Zeist,
feitelijk adres: Schoudermantel 37, 3981 AE Bunnik.
